|
© Henk Schrik / May 1997 / © foto's: Henk Schrik [World Cup Rowing, München, Germany] |
Pepijn Aardewijn is er nog niet.....
![]()
World
Cup
Rowing![]()
[Munich 1997 (English)] | [Uitslagen/Results Munich 1997]Ontluisterend !!! | of ook pech ?
Mannen dubbelvier geeft sprankje hoopDroog en zonnig was het wel in München tijdens de internationale regatta, tevens wereldbekerwedstrijden. Het toernooi was echter wel zwaar en werd ontsierd door een zware schuine tegenwind, welke vooral de ploegen in de hogere boeien parten speelde (boei 5 en 6 bij voorbaat kansloos). Deze regatta waar voor het eerst dit seizoen vele landen aanwezig waren betekende voor Nederland een regelrechte teleurstelling. Wat betreft het boordroeien (de vrouwen acht was na Keulen en Essen nu thuis gelaten) vielen de resultaten in de categorie 'er is nog veel werk te doen'; dan wel er is helemaal nog niets op het water gebracht (licht). Scullend staat Nederland er potentieel wel goed voor, alleen de resultaten varieerden van slecht (vrouwen lichte skif), teleurstellend (mannen lichte skif, de lichte dubbel door ziekte gekweld, de vrouwendubbelvier), hoopgevend (vrouwen dubbeltwee). Het sprankje hoop dat er, gezien de voorwedstrijden etc. voor de laatste dag nog was, de finaleplaats van de mannen dubbelvier, werd ingelost; een fraaie tweede plek achter de nieuwe Duitse formatie.
De Duitsers hadden zich trouwens goed voorbereid op dit Wereldbeker evenement door in de meeste nummers met een A- en een B-boot aan de start te verschijnen. De Italianen schitterden door afwezigheid.
De door de FISA voor wereldbekerwedstrijden opgelegde verplichting om eigen of bondssponsering reclame te vervangen door reclame van FISA-wereldbeker sponsors was echter nog niet in werking gesteld; er was nog geen sponsor.
Lichte skifStephan van Dongen en Jos Klinge ruiken aan de serie-A
Met 14 deelnemers was het niet al te moeilijk rechtstreeks plaatsen voor de halve finales in de lichte skif voor vrouwen. Annett Bogtstra (3e in haar serie) en Miriam ter Beek (1e in haar serie) plaatsten zich direct voor de halve finale. Ook aan de start en mede grote kanshebbers (zie ook mijn berichten over Keulen, Gent en Essen), de twee Duitse skiffeuzes Karin Stephan en Valerie Viehoff, en de Britse Jane Hall.
De halve finales brachten dan deze laatst genoemde skiffeuzes in de finale, niet echter Bogtstra en ter Beek. Bogtstra werd in de halve finale verslagen door de Francaise Benedicte Luzuy en de beide Duitse skiffeuzes (0.7 seconde). Wellicht had zij het nog gered als de weersomstandigheden iets minder scheve verhoudingen hadden veroorzaakt. Ter Beek werd in de halve finale uitgeschakeld, waarin de beide Zweedse zussen Knejp en de de Britse Hall zich voor de finale kwalificeerden. In de finale was het uiteindelijk Kristina Knejp die voor her eerst op dit niveau in haar eentje de hoofdprijs opeiste. De beide Duitse skiffeuzes waren opnieuw, naar verwachting, sterk; Stephan tweede, Viehoff derde (beide op de lage boeien). De beide Nederlandse skiffeuzes roeiden in de B-finale, Bogtstra werd achtste, ter Beek tiende, plaatsen waar voor het toernooi toch niet echt rekening mee gehouden was.Pepijn Aardewijn trof in zijn serie de Zwitser Michael Bänninger, die hem in Keulen ook al het vuur na aan de schenen had gelegd. Bänninger won de serie en plaatste zich direct, evenals de Tsjech Michal Vabrousek, en de Duitser Dahlke in de andere series. En met de Tsjech Tomas Kacovsky, de Deen Karsten Nielsen, de Oostenrijker Wolfgang Sigl (na meerdere jaren in dubbelvier en dubbeltwee), Pepijn Aardewijn, de Fin Heikki Haavikko, en de jonge Ier Gearoid Towey (goud Nations Cup 1996) was er een aardig veld voor de halve finales van zaterdagochtend verzameld.
Tomas Kacovsky, CZE | foto: Luzern 1996 ![]()
Met een flinke tegenwind bracht die halve finales een schifting teweeg die wel enigszins verwacht kon worden, hetzij dan dat de Fin Haavikko de finale niet haalde, maar daarentegen de Tsjech Vabrousek nadrukkelijk zijn kandidatuur voor de overwinning stelde. Vabrousek, Towey en Kacovsky namen de eerste finale plaatsen voor hun rekening. In de andere halve finale plaatsten zich Nielsen, Aardewijn, en Bänninger voor de finale. Deze drie finalisten waren een maand geleden in Keulen al tegen elkaar in het strijdperk getreden; toen met winst voor Nielsen en Aardewijn, en Bänninger met een tweede en derde plaats.
Het is vrij normaal dat Kacovsky (1995 en 1996 WK-zilver) geen snelle opening heeft, het is meestal al halverwege voor hij met een lager toerental zijn concurrenten bijhaalt; dit keer weer precies volgens scenario, Kacovsky was de duidelijke winnaar voor regerend wereldkampioen Nielsen, en de eveneens jonge Tsjech Vabrousek. Aardewijn had halverwege al een grote achterstand opgelopen en wellicht mede gedemotiveerd door de hogere boei hield hij het verder voor gezien; hij werd zesde.
Vrouwen dubbeltwee | nog een gapend gat...Ongestuurde twee
Acht boten hadden zich aan de start gemeld voor de vrouwen ongestuurde twee. Voor Nederland verschenen Esther Devilee en Wendela Hoen aan de start. Het duo lag de hele race aan kop; sloot hun serie fraai winnend af, zodat direct een plaats in de finale vaststond. In de andere serie plaatste het Duitse duo Kathleen Naser / Gerte John zich direct ten kosten van de Russinnen. Via de herkansing kwamen daar opnieuw de Russinnen en de Litouers bij. En het waren met name de Russinnen die in de finale 'huishielden'; vanaf de start meteen aan de leiding; de marge op de finish tot de naaste (Duitse) concurrentie was 8 seconden. Het Nederlandse duo Devilee/Hoen werd 5e, maar toen was er al bijna een halve minuut verstreken.De mannen in de ongestuurde twee kwamen met z'n dertigen aan de start, dwz. vijftien ongestuurde tweetjes. In de eerste serie moest het Nederlandse duo Stephan van Dongen en Jos Klinge het wel afleggen tegen de sterke Croaten Boraska/Frankovic (OS96 7e vier-zonder), en de tweede sterke Duitse twee-zonder met Zeidler/Ueck. Maar voor directe plaatsing voor de halve finales hadden de Nederlanders voldoende aan een derde plaats; v.Dongen/Klinge hadden het snelste laatste interval van alle ploegen, enerzijds om zich de Zuid-Afrikanen van het lijf te houden, zodat een derde plaats veilig gesteld werd, anderzijds zou een 2e plaats misschien een net iets gunstiger halve finale kunnen opleveren. Winnaars in de andere series waren enigszins verwacht: de Duitsers Wolfram Huhn en Ingmar Guhl (winnaars in Keulen en Essen), en de Franse gebroeders Beghin. Dat het ook in dit nummer internationaal erg hard gaat moesten v.Dongen/Klinge ervaren in de halve finale; waarin zij na 3/4 race de aansluiting met de eerste drie verloren; in de B-finale op zondagochtend moest het redelijk lichte Willlem III duo in de zware tegenwind genoegen nemen met een 11e plaats. Hunt-Davis en Thatcher is het nieuwe Britse duo. Achter de Duitsers Huhn/Guhl plaatsten de Britten zich voor de finale. Het tweede Duitse paar, Zeidler/Ueck, veroverde een plaats via de andere halve finale, waardoor een herhaling van een spannende race als in Essen (nu met de Britten erbij) mogelijk was. Maar baas boven baas, het waren de Croaten Boraska/Frankovic op de lage boei 1 die de wedstrijd van start tot finish in handen hadden. Met Thatcher/Hunt-Davis lijken de Britten, tweede plaats op 4.5 seconden, waardige opvolgers te hebben van Pinsent/Redgrave, die zich volgens plan op de ongestuurde vier richten. De twee Duiste ploegen betwistten elkaar de vierde en vijfde stek.
Merlin Vervoorn en Gerard Egelmeers stoeien verderDubbeltwee
Pietah van Dieshoeck en Eeke van Nes wonnen uiterst makkelijk hun serie voor het Litouwse duo Poplavskaja/Sakickiene en de Duitse B-boot met Steiner/Wech. De Duitse bondscoach Jutta Lau had haar schaapjes nog bij elkaar (geen scullsters wier wens voor de skif vervuld was, maar in de 2x en 4x); zij plaatste Kathrin Rutschow en Kathrin Boron (beiden dubbelvier laatste paar jaar) in de dubbeltwee. Het is dan ook een beetje genant dat het Duitse roeiblad Rudersport op de cover van de zojuist verschenen uitgave een foto toont van Rutschow, met bijschrift dat ze in de skif zla optreden dit jaar, en dat ze tegelijketijd (vooreerst) in München in de dubbeltwee aan de start kwam. Boron/Rutschow won even gemakkelijk hun serie in dezelfde tijd als de Nederlandse dubbeltwee, waarmee ze de Zwitsers Wicki/Lüthi (gekwalificeerd maar niet verschenen op OS96) naar de herkansing verwezen. Het Zwitsers duo kwam via de herkansing terug, evenals de door de Nederlanders verslagen Litouwse dubbeltwee.
Kathrin Rutschow en Kathrin Boron
![]()
![]()
Had Jutta Lau afgelopen jaar slechts gegokt op één boot, de dubbelvier, dit jaar lijkt ze er wederom in te slagen zowel de dubbeltwee als dubbelvier met alle topscullsters te bezetten. Tenminste Boron/Rutschow toonden zich meteen vanaf de start de sterkste dubbel, gevolgd door het Litouwse duo Poplavskaja/Sakickiene. Het nieuwe Nederlandse duo van Dishoeck/van Nes lag lange tijd derde maar kon de onder de wal roeiende Letlanders in de eindfase niet van zich af houden; een vierde plaats was het resultaat, met toch nog altijd een gapend gat van 13 seconden (Nederland en Duitsland roeiden naast elkaar in boei 3 en 4) met de winnende Duitsers.
In de lichte vrouwen dubbeltwee kwamen de Nederlandse zusjes Floortje en Brechje van Eijck (NC96-zilver lichte dubbeltwee) aan de start. Met 10 boten aan de start betekende dat, dat slechts de twee seriewinnaars zich rechtstreeks voor de finale plaatsten. De nieuwe Duitse ploeg met Michelle Darvill (OS96-8e lichte dubbeltwee) en Angelika Brand (NC96 goud in dubbeltwee) won de eerste serie; de zusjes van Eijck werden derde achter de Roemeensen. De winst in de tweede serie ging naar Lene Anderson (OS96-5e in dubbeltwee) en Anna Helleberg (NC96-goud, WC96-vierde in skif) uit Denemarken. De herkansing op zaterochtend was voor de zussen van Eijck ook niet succesvol; vierde en laatste. In de B-finale werden de zussen tweede, en daarmee een 8e plaats in totaal.
Evenals op de Olympische Spelen hadden de Roemeensen Sava/Nacovicine een bliksemstart en halverwege nog steeds een ruime voorsprong, maar ongelijk in Atlanta (goud) stortten ze dit keer ineen, zodat de strijd eigenlijk ging tussen de van meet af aan boord aan boord vechtende Duitse en Deense ploeg, welke strijd in het voordeel van de Deense vrouwen uitviel (0.4 seconde).Minste problemen voor een volgende ronde geeft toch wel 13-15 boten. Met 14 boten gaan er per serie al drie naar de volgende ronde. Pim van Oppenraay en Maarten vd. Linden kwamen echter om een of andere reden ver achter het veld aan nog eens over de finish. Een zuinige derde plaats in de herkansing bracht hun alsnog in de halve finale. Ronald Backer Dirks en Rinze Krol konden hun inspanning tot één race beperken; directe plaatsing in de halve finales achter de Spanjaarden en Britten.
Bernhard Rühling en Ingo Euler ![]()
De eerste twee serie waren gewonnen door een nieuwe Oostenrijkse formatie met Jurtschitsch/Kobau voor de olympisch kampioenen Gier uit Zwitserland; en door het reeds in Keulen en Essen opvallende Duitse duo Bernhard Rühling / Ingo Euler voor de Fransen Touron/Dufour. De eerste halve finale werd gewonnen door de Fransen; het Nederlandse duo Backer Dirks/Krol kon in deze wedstrijd geen enkel potje breken; achter Zuid-Afrika eindigde dit Nederlands duo afgeslagen op de zesde plaats. In de B-finale op zondagochtend sleepten ze er nog een derde plaats uit; daarmee 9e in totaal. Pim van Oppenraay bleek aan 'de dunne' te zijn; zodoende startten van Oppenraay/vd. Linden niet in de halve finale, zodat ook op deze oefening niet met grote tevredenheid teruggekeken kan worden. Het voornoemde snelle Duitse duo en de Zwitserse gebroeders Gier plaatsten zich natuurlijk wel.
Na de zeer goed indruk die Rühling/Euler in Keulen en Essen hadden gemaakt bepaalden zij ook in München de wedstrijd van start tot finish. Het nieuwe Oostenrijkse duo Jutschitsch/Kobau werd tweede voor de Fransen. De gebroeders Gier belandden afgeslagen op de vijfde plaats (in baan 5, hoewel de Duitsers in baan 4 voeren; toch leek tussen de boeien 4 en 5 ook een breekpunt te liggen met betrekking tot baanvoordeel).
Mannen dubbelvier hoopvolSkif (open klasse)
Olympisch kampioene Ekaterina Khodotovich trof een lichte serie, omdat de enige tegenstand in die serie kwam van de Duitse B-roeister Daniela Molle aangezien de Duitse bondscoach Jutta Lau de sterkste scullsters voor de 2x en 4x gereserveerd had. Naast Khodotovitch wonnen Trine Hansen (Den), Guin Batten (GB) Roumiana Neikova (Bul) de andere series in de vrouwen skif. Oud-wereldkampioene Maria Brandin verloor van Neikova, maar plaatste zich later via de herkansing voor de halve finales. De Nederlandse Geja Ruisch moest ook via de herkansing proberen de laatste twaalf te halen. Zij struikelde, mede omdat ze pech had; ze trof veruit de sterkste herkansing tegen de Noorse Bjerknes en voornoemde Daniela Molle. In een spannende wedstrijd sprintte Molle uiteindelijk beter dan de overige twee; Geja Ruisch kwam met een derde plaats in de herkansing 0.6 seconden tekort voor een plaats bij de laatste twaalf.
Het weertype is van redelijke invloed op het presteren van atleten, zo ook van Maria Brandin, die in dit tegenwindse ruwe water (zie ook WK-Tampere) de halve finale winnend afsloot voor de andere (ex)wk-goud winnaressen: Hansen, en Khodotovitch; de Bulgaarse Neikova maakte in de andere halve finale de sterkste indruk. De krachtige Khodotovitch (ook nog geholpen door in baan 1 te varen omdat ze met de langzaamste tijd de finale was binnengekomen) liet er in de finale geen gras over groeien, zij 'powerde' weg; halverwege bedroeg haar voorsprong tijdelijk zeven seconden! De beide (ex)-wereldkampioenen Hansen en Brandin (resp. brons en 4e OS96) kwamen uiteindelijk op vier en acht seconden binnen.
Ekaterina Khodotovitch ![]()
De uitschakeling van Gerard Egelmeers in de mannen skif was zonodig nog spannender en dramatischer. In de vier series waarin telkens alleen de winaar een ronde verder kwam was de winst gegaan naar Iztok Cop (SLO, OS96-4e), André Willms (GER, weer hersteld na een tandonsteking), de Noor Fredrik Bekken (OS96-14e), en als verrassend nieuwe verschijning in de skif de Brit Greg Searle (met broer John OS92-goud in de watertaxi, en OS96- brons in de ongestuurde vier). Zowel Merlin Vervoorn, als Gerard Egelmeers moesten zich dus via de herkansing plaatsen. Het lot wilde dat beide Nederlandse skiffiers in dezelfde herkansing terechtkwamen tezamen met onder andere de redelijk onconventionele, onberekenbare Roemeen Niculai Taga. Waren de overige drie herkansingen minder sterk danwel waren de twee geklasseerden vrij snel duidelijk, de herkansing met beide Nederlanders en Taga was bloedstollend. Alleerst was de herkansing 10, 20, en 30 seconden sneller dan de andere herkansingen, maar ook de race zelf moest op het scherpst van de snede worden uitgevochten. Ter illustratie de tijden van de race:
500 1000 1500 2000 Merlin Vervoorn 1.50.43 3.49.83 5.47.85 7.35.31 Niculai Taga 1.49.62 3.49.02 5.46.62 7.35.36 0.05 Gerard Egelmeers 1.52.80 3.51.80 5.49.08 7.35.49 0.13Deze tijden staan garant voor een bloedstollende race, de uitkomst triest voor Egelmeers die zo een kans voorbij zag gaan om voor een finaleplaats te kunnen strijden; het was hem dit keer niet gegund. Wat betreft Merlin Vervoorn, is het afwachten in hoeverre Vervoorn na een dergelijke slopende race (Vervoorn heeft op zich moeite een 2e dag gelijkwaardig te presteren) voldoende hersteld is voor de race om een finaleplaats. Dat herstel bleek onvoldoende; Vervoorn liep in de halve finale al snel behoorlijk wat achterstand op en hield het, mede vanwege de ongunstige hoge boei, na 3/4 race ook voor gezien. Cop won voor Reinholds; verrassend derde de Amerikaan Jamie Koven, afkomstig uit de Amerikaanse mannenacht van afgelopen jaar. Ook Greg Searle was nog niet in staat een finaleplaats te bereiken. Aly (Egypte), Bekken (Nor) en Willms (Ger) completeerden de skiffinale. Op zondagochtend (druk van finaleplaats weg, etc.) toonde Merlin Vervoorn toch zogezegd tegen die top aan te hangen (let wel dit jaar tussen 8-10 eindigen in het skifnummer op de WK zou niet onverdienstelijk zijn, tenzij... ); in de B-finale troefde hij onder meer Greg Searle af; Vervoorn won de B-finale voor Searle, en werd daarmee 7e in totaal.
De finale was een prooi voor de Sloveen Cop; de uitslag werd verder voor een groot deel door de wind bepaald, al moet gezegd dat de Letlander Reinholds de nodige progressie heeft gemaakt (hij won zondags in Keulen); hem zien we wellicht in meer skiffinales terug. Hoewel geholpen door te varen in de lage boei was ook het eerste optreden van de Amerikaan Jamie Koven succesvol; hij werd derde achter de Egyptenaar Aly.
Werk aan de winkel voor Kris Korzeniowski en Andréas LeichtfussDubbelvieren | Quads (open klasse)
Er waren 10 boten ingeschreven voor de vrouwen dubbelvier. In de eerste serie moest het Nederlandse kwartet met Karin ter Beek, Anneke Venema, Meike van Driel en Nelleke Penninx hun meerdere erkennen in de Duitse roei-machine, en daarnaast de Russinnen voor laten gaan. De vier Nederlandse meiden kwamen traag op gang; na het eerste interval 5e, lange tijd 4e, om uiteindelijk nog 3e te worden. Seriewinnaar, Duitsland, dit keer met Köpppen (ook afgelopen jaar), Evers (junior skif kampioene en afgelopen jaar in het OS-diepe gegooid, 13e), en de dubbeltwee formatie van afgelopen jaar, Thieme/Lutze. De tweede serie werd gewonnen door de Duitse B-boot, voor het Deense kwartet (OS96-4e in 3/4 dezelfde samenstelling).
De herkansingen brachten de Ukraine en Rusland opnieuw in de race, evenals het Deense kwartet dat de tweede herkansing won. Nederland kwam wederom traag op gang, maar het slaagde er uiteindelijk in van een vierde plek naar een tweede stek te klimmen; een finale plaats zeker stellend, hoewel de marge wel zeer miniem was (0.4 seconden) ten opzichte van het Britse kwartet; met de hakken over de sloot dus!
De Duitse roeimachine won, dat hoeft geen betoog; op boei 1 bleven de Russinnen nog het dichtst bij op vier seconden. Het Nederlands kwartet was bij voorbaat kansloos op de hoogste boei, maar terwijl de naast hun varende Deense boot wel in staat was de Duitse B-boot voorbij te varen, bleef de Nederlandse dubbelvier daar nog ver achter.De Nederlandse mannen dubbelvier met Michiel Bartman, GerritJan Eggenkamp, Joris Loefs en Diederik Simon, won de tweede serie voor de Witrussen en de Zweden. De verschillen tussen de winnaars van de drie series, Duitsland en Rusland wonnen de beide andere series, was nihil, en ook het verschil tussen alle geplaatsten voor de halve finale was niet erg groot, zodat de finale mannen dubbelvier een open strijd leek te kunnen worden!
De ene halve finale was een winnende start-finish race van het Duitse kwartet Vlak daarachter roeiden de Nederlandse en Britse ploeg boord aan boord, met uiteindelijk de Nederlanders iets sneller (0.4 second.). Rusland, Wit-Rusland en Frankrijk completeerden de finalisten.
Het sprankje hoop dat er nog was op één goede klassering voor de Nederlandse equipe dit weekend werd vervuld. In de finale ging de Duitse dubbelvier steeds aan de leiding gevolgd door Rusland en het Nederlandse kwartet. In het laatste interval konden de Nederlanders (mede geholpen door hun positie op boei 2) hun 2.5 seconden achterstand op de Russen nog omzetten in 2 seconden voorsprong, en eindigden op ruim 1 seconde achter de Duitsers. Een mooi resultaat, maar al te vroeg juichen moeten we natuurlijk ook niet; afgelopen jaar scoorde de dubbelvier in het seizoen ook leuk maar werd uiteindelijk 10e op de Spelen. Maar de dubbelvier biedt zeker perspectief, want als Klerks zich laat ontvallen dat deze ploeg wel wat heeft van een situatie als in 1989.....
Ongestuurde vier nieuw Olympisch doel van Steven Redgrave cs. .....Acht plus
De vrouwenachten voeren op zondag meteen finale; er waren eenvoudig onvoldoende ploegen om voorwedstrijden noodzakelijk te maken. Welgeteld drie achten kwamen aan de start, welke men maar in de banen 1,2,3 liet starten. De Olympische kampioenen uit Roemenië (boei 2) wonnen met overmacht voor de Duitse acht (boei 1), met de Witrussinnen ruim daarachter (boei 3).
Wel kwamen negen mannen achten aan de start. Het zal niet verwonderlijk klinken dat toch wederom de Duitsers met groot gemak hun serie wonnen voor de Britten, Denen en Roemenen. De tweede serie werd gewonnen door de Russen, twee weken daarvoor in Essen de enige tegenstander van belang voor de Duitse acht. De Nederlandse acht van Korzeniowski, sinds Keulen op diverse plaatsen gewijzigd, moest genoegen nemen met een vierde en laatste plaats. Zaterdagmiddag vroeg bood de herkansing alsnog een mogelijkheid voor een finaleplaats. Helaas moest de Nederlandse acht ook in de herkansing genoegen nemen met een vierde en laatste plaats. In de B-finale kwamen alleen de Denen en de Nederlanders aan de start, waarbij het Nederlands octet nog veel moest toegeven op de Denen. Ook als men deze acht NIET vergelijkt met wat er in de afgelopen jaren aan Nederlandse acht op het water was, is dit resultaat geen opwekkende gebeurtenis; de roeiers zijn wel opnieuw een ervaring rijker, en voor bondscoach Kris Korzeniowski is er nog veel werk aan de winkel.
Twee Duitse achten gingen in de finale aan de leiding; de tweede Duitse boot voornamelijk vanwege hun positie op boei 1. Tot het laatste interval toen ook de Britten (steeds op een 4e plaats, boei 2) de tribuneluwte (zo'n 300 meter tribune) gingen merken en nog opstoomden naar een tweede plaats achter de "Deutschlandachter". De Russen hadden hun dag niet, en werden laatste. Roemenië en Frankrijk waren natuurlijk kansloos op de hogere boeien.
Geen Nederlands Boorde(r)nd licht...Overig internationaal
De series van de mannen dubbeltwee (open klasse) werden gewonnen door Kjetil Undset / Steffen Storseth uit Noorwegen (OS96 zilver in de dubbeltwee), Stephan Volkert / Andreas Hajek (OS96-goud dubbelvier) uit Duitsland, inmiddels (in redelijk onbelangrijke velden) winnaars in Keulen en Essen. En hoewel Sebastian Mayer zowel in Keulen als in Essen in de skif was uitgekomen, won hij nu in München tezamen met Marco Schwalbe de derde serie in de dubbeltwee. Redelijk van de partij in de halve finales zouden verder nog kunnen zijn de ervaren Hongaren Szögi en Dani. De Noren, beide Duitse boten, en de Ukrainers leken de sterkste troeven te zijn die uit de halve finales tevoorschijn kwamen. Voor Volkert/Hajek, OS96-goud in de dubbelvier, geldt dit jaar slechts één credo, gewoon alles winnen, inclusief goud op de WK in Aiguebelette. Die vlieger ging echter in München niet op. Weliswaar namen de Duitsers in eerste instantie de leiding, maar halverwege waren de Noren (baan 3 en 4) toch al voorbij de Duitsers. Die moesten uiteindelijk genoegen nemen met een derde plek, aangezien ook de Ukrainers Marchenko/Zaskalko hun nog passeerden.In de ongestuurde vier is het natuurlijk de vraag hoe sterk de Britse vier-zonder (OS96-brons) zal zijn nu Pinsent en Redgrave, naast Cracknell en Foster, er deel van uitmaken (Greg Searle stapte van de ongestuurde vier over op de skif). Traditioneel grote concurrent Italië (bij de OS teleurstellend) was echter afwezig in München. De Britten wonnen de 1e serie voor de Polen, die twee weken ervoor in Essen redelijk uit de verf kwamen. Duitsland, Slovenië en een tweede Britse ongestuurde vier maakten er in de tweede serie een aardige pot van; de Duitsers wonnen. De derde serie was een start-finish winst voor de Kroaten. Via de herkansing plaatste zich nog een tweede Kroatische boot voor de volgende ronde; de halve finales. Opnieuw waren het de Britten die zich in de halve finale het best door het moeilijke water kliefden, gevolgd door twee Duitse boten. In de andere halve finale vergalloppeerden de Amerikanen zich volledig. Hun bliksemstart hield hun tot halverwege aan de leiding; daarna kwamen de Croaten en Slovenen langszij; de Amerikanen stortten in het laatste interval bijna letterlijk ineen, zodat ook de Polen nog de finale bereikten.
Het publiek werd een boeiende finale voorgeschoteld; weliswaar leidden de Britten vanaf de start, maar de marge was niet groot ten opzichte van de twee Duitse boten en de Croaten, die boord aan boord vochten, terwijl de Britten de race controleerden. Finish volgorde Groot-Brittannië, Duitsland, Croatië en Duitsland. De Polen en de Slovenen, toch goed voor een 4e plek in Atlanta, verging het minder goed op de hogere boeien.
UitslagenDe Olympisch kampioen lichte ongestuurde vier uit Denemarken (3/4 dezelfde samenstelling) won gemakkelijk de eerste serie, voor de sterk (2 boten) aanwezige Franse equipe. De tweede serie werd door de bemanning van de tweede Franse boot gewonnen, zodoende moesten de eerste Franse boot, de Duitsers en de Russen zich via de herkansing een plaats in de finale veroveren.
In de finale toonden de Denen zich van begin tot eind de sterkste. De op de Spelen onfortuinlijke Fransen, nu verdeeld over twee boten, behaalden een tweede en vierde plaats.En daar waren opeens de Polen paraat met een lichte mannen dubbelvier, waarin o.a. Robert Sycz (OS96-7e lichte dubbel). De Duitsers roeiden nog met 3/4 van de ploeg van afgelopen jaar, welke zilver behaalde in Schotland. In het 5-ploegen veld waren zij bijna zeker van de winst. Maar omdat er geen voorwedstrijden waren lagen de Duitsers door loting op boei 5. Tot halverwege konden slaagden ze er alsnog in de eerste plaats te bezetten, maar moesten toen toch toegeven aan de Polen die op de lage boei 1 roeiden; ook deze sterke Duitse ploeg kon gewoon niet winnen.
De lichte vrouwendubbelvier, de tweede internationale wedstrijd dit jaar, werd een overwinning voor de Britten; voor de enige tegenstander, Duitsland.
De winst in lichte acht ging wel naar Duitsland met daarachter Engeland, Denemarken en Zwitserland.
Ik heb 4 overzichtsfiles met uitslagen geconstrueerd; voorwedstrijden, herkansingen, halve finales, en finales (A+B).
Laatst gewijzigd: